Heb ik iets in huis
veranderd, ziet Man het niet eens. Al staat ‘de verandering’ voor zijn neus of naast
hem, het valt hem niet op.
Zuchtend en een beetje
geïrriteerd zoals waarschijnlijk alleen vrouwen dat kunnen zijn, vraag ik of
hij nou echt niet ziet wat er anders dan anders is.
‘Wat heb je dan
veranderd?’
‘Dat het jou niet opvalt. Niet
te geloven. Vorige keer zag je het ook al niet’
‘Maakt het je nog iets uit
of het wel of niet gezellig is in huis?’
‘Ja, natuurlijk’
‘Of moet altijd alles
hetzelfde blijven? Dat vind ik saai’
‘Je weet toch dat ik het
leuk vind zo nu en dan met spullen te schuiven. Dat ik houd van het gerommel,
ook al zet ik soms alles weer op dezelfde plek terug’
‘Oh ja, nou zie ik het. Dat
staat anders’
‘Dat staat zeker al een
maand op die plek’
‘Echt? Niet gezien’
Man kijkt. Frons in het
voorhoofd. Denkt na.
‘Dat is het. Je hebt de
vazen verwisseld’
‘Daar heb ik inderdaad een
ander groepje van gemaakt. Ook al een poos geleden’
‘Jij vindt het toch leuk
als we in huis iets veranderen?’
‘Ja, dat is zo. Jij hebt
de ideeën. Ik sjouw. Wij vullen elkaar goed aan en wat je ook bedenkt, het is
altijd weer mooi’
Hij ziet het niet. Ik mok en
mopper nog een beetje. Waarom ziet hij het niet? Voor een vrouw is dit toch
belangrijk? Dat weet een man toch? Waar ligt dat aan? Of is het echt waar: ‘Komen
Mannen van Mars en Vrouwen van Venus?’
