Voor het grootste deel is
de tuin nog in schaduw gehuld, maar naast de pruimenboom heb ik een plekje in
de zon. Alleen in de top nog bloesem. Jaren geleden heb ik de klimop zijn gang
laten gaan. Eerst werd de stam ermee bedekt, naderhand slingerde de hedera zich
door de takken van de boom. Geen bloesem en geen pruim meer te bespeuren.
Net zoals de appelboom. Die
draagt een hoed van klimop. Aan de onderste takken zie je in het seizoen nog
enkele appels hangen. Dat is voer voor de vogels. In deze boom nu volop besjes
en de merels vliegen af en aan, het blad is voortdurend in beweging. Aan een
uitstekende tak hangt de voedselcontainer, gevuld met zaad. Hier komen de mezen
en de mussen op af, soms onderling ruziënd, soms zittend op een tak. Naast de
appelboom een tafel, daarop de drinkbakken gevuld met water.
Een wal van gesnoeide
takken in de buurt. Een mogelijkheid voor de kleine vogels om zich in te
verbergen of in te nestelen. Het krioelt er van de insecten. De vogels zijn er
blij mee en wij hoeven ons niet druk te maken over het snoeiafval. Er tegenover
een kale boomstam, daaraan heeft Man een aantal vogelhuisjes opgehangen, ‘Het Vogeldorp’. Aan een tak vetbollen en in een van de huisjes de pot met pindakaas.
Ik wil wel alles meenemen naar de andere tuin. De huisjes en de bakken krijgen een plek in de verhuiswagen, maar de bomen verplaatsen kan niet. Plannen voor de nieuwe tuin heb ik nog niet, er wel al een paar keer doorheen gelopen.
Waar kan de voedertafel staan,
aan welke stam bouwen wij weer een vogeldorp, waar kan ik een wal maken? Ideeën
dienen zich aan, maar voorlopig wordt die tuin alleen met een vogel-eet-tafel vogelvriendelijk
gemaakt. Alle andere arbeid buiten is volgend voorjaar aan de beurt.