dinsdag 14 april 2015

Een dag of tien later



Op zaterdag 4 april heb ik mijn laatste ‘schrijfsel’ gepost. Met moeite. De internetverbinding valt steeds weg. Die dag heb ik zo nu en dan nog gereageerd op iemands schrijfsel, daarna wordt het zo goed als stil van mijn kant. Sporadisch kan ik via de telefoon nog iets van me laten horen. Je zou denken dat ik in de dagen zonder internet veel andere dingen heb gedaan. Dat valt tegen. Ik heb nauwelijks gelezen, geschreven of geschilderd. Als ik terugkijk heb ik de tijd voorbij laten glijden.

5 april 2015
Eerste paasdag. We ontbijten natuurlijk met eitjes. Op talentvolle wijze beschilderd door Man en op tafel gezet in grappige eierdoppen van de kringloopwinkel. Alleen al het kijken ernaar maakt ons vrolijk. De hele dag in de tuin bezig geweest. Man doet het werk, ik stuur en let op of alles wordt zoals we het hebben bedacht. 

  
6 april 2015
Man weer bezig in de tuin. Ik help zo nu en dan. Geen zwaar werk. Hooguit plant ik een paar kleine bodembedekkers. Aan het eind van die tweede paasdag hebben we een paar honderd plantjes in de grond gestopt. Verder zorg ik voor koffie, op zijn tijd iets lekkers, voor het avondeten en het maken van foto’s. Zo verstrijken de paasdagen.

   
7 april 2015
Vandaag Vriendin/Schoonzus M op bezoek. Heerlijk ‘bij’ praten en samen stofjes uitleggen voor een quilt die zij gaat maken. Op de fiets naar het tuincentrum geweest. Daar koop ik een paar plantjes en samen zoeken we naar cadeautjes voor een jarige vriendin van Vriendin. Na het avondeten gaat M huiswaarts. Genoten van deze dag. 

  
8 april 2015
Vandaag een witte-jassen-dag. Reizen, gesprekken, testen, bloedprikken. Bij thuiskomst ben ik volkomen uitgeput en gaat de rest van de dag aan mij voorbij. Voorlopig de laatste witte-jassen-dag. Zoals het er nu uitziet is de volgende pas over 3 maanden. Dat geeft rust en eerlijk gezegd ben ik daar ook aan toe.

9 april 2015
Bij het wakker worden voel ik me volkomen leeg. Het bezoek gisteren aan het ziekenhuis is een aanslag op mijn ‘zijn’ geweest. Rustdag.

10 april 2015
Vandaag schilder ik een doekje voor Vriendin J. Regelmatig heeft zij laten blijken mijn kleurige doekjes mooi te vinden. Werk ook nog aan een groot doek. ’s Avonds in het ziekenhuis op bezoek bij de vader van Man. Daarna brengen wij de moeder van Man naar huis.

11 april 2015
Uitgeslapen. Bij het wakker worden nog erg moe. Heb wat meer tijd nodig om op gang te komen. Ontbijt op bed, aan tafel beneden nog maar eens een kop koffie, daarna loop ik door de tuin en dan pas ga ik douchen. Vandaag eten we bij Vrienden. Voor hen heb ik gisteren het doekje gemaakt. Spannend om te geven. Zullen zij het leuk vinden? Ik wil niet dat iemand zich ook maar enigszins verplicht voelt om iets van mij aan de wand te hangen. Dat is de reden dat ik nooit eerder een doek van eigen hand cadeau heb gedaan. Vrienden zijn er blij mee. Het samenzijn gezellig, het eten heerlijk. Halverwege de avond weer thuis. Ga meteen naar bed.

12 april 2015
Man werkt zonder mij in de tuin. Vandaag gaan de laatste bodembedekkers de grond in. Ik kijk toe, zittend onder een deken in een stoel in het atelier. Het uitstapje van gisteren eist haar tol.

  
13 april 2015
Voor het eerst vandaag de nieuwe hulp. Ik ken haar al en weet hoe zij poetst. In de tussentijd ga ik op de fiets voor een boodschap. Het verkeerslicht staat op rood. Ervoor een grote witte bus. Ik sta in het fiets vak voorgesorteerd. Als het licht op groen springt stap ik op, steek mijn hand uit om linksaf te slaan. De bus achter mij trekt snel op en komt zo dichtbij dat ik verschrikt omkijk. Blijkbaar boos in de ogen van de chauffeur, dat merk ik snel genoeg. Ik fiets zo snel als ik kan de bocht om naar links. De man met de bus gaat rechtdoor. Ik kijk nog eens om en hij roept door het openstaande autoraam: ‘Wat moet je? Hé, wat moet je?’ Een heetgebakerd mannetje achter het stuur. Zie dan ook dat hij linksaf slaat, de parkeerplaats oversteekt en in de richting waarin ik fiets onderweg is. Plots voel ik mij heel onveilig en ga de eerste de beste oprit op. Daar wacht ik achter een geparkeerde auto tot de bus voorbij is gereden. Daarna pas vervolg ik mijn weg naar huis.

Het is een bus van een bezorgingsdienst Hopelijk niet van pakketten. Die worden hier aan huis ook wel eens afgegeven. Deze man wil ik liever niet aan de deur. Het kentekennummer heb ik niet bekeken. Ik was te opgewonden en te druk met het redden van mijn vege lijf. Na het middagdutje schrijf en schilder ik wat onderwijl luisterend naar de vogels in de tuin.

14 april
Vandaag kan ik ook weer op het ‘world wide web’. De verbinding met internet is al een paar dagen in orde. Dan pas wordt duidelijk dat er ook iets met mijn (nog bijna nieuwe) laptop aan de hand is. Sinds gisteren aan het eind van de dag heb ik ‘hem’ terug. Er was in het ding ‘iets’ zoekgeraakt en dat ‘iets’ was hardnekkig en moeilijk te vinden. De deskundigen hebben er zelfs even werk aan gehad. Uiteindelijk heeft iemand het ‘iets’ in het binnenste weer gevonden en het euvel verholpen.

Ik kan weer een blog plaatsen. Kan ook weer blogs lezen en daarop reageren. Mensen ‘zien’ op social media. Realiseer me weer eens hoe ons dagelijks leven verweven is met het internet. Ook hoe leuk het is, het hebben van internet en een laptop. Ik ben er weer.

zaterdag 4 april 2015

'Het'



Uit de tijd dat ik een kleine meid van drie ben dateren mijn eerste herinneringen. Een oud huis aan de Roer, op het erf een stal of schuur. Ik speel buiten, zit op mijn hurken. Heb een oude aluminium kookpan. Schep er met een beker zand in. Roer dan met een houten lepel waarna ik de ketel omkiep en weer opnieuw begin. Verderop staan mijn ouders met mensen te praten. Ik ben bang. Ben net genezen van de mazelen. Tijdens het ziek zijn lig ik opgesloten in de slaapkamer. Het is er pikkedonker. Ik huil. Op de houten vloer getrippel. De grote mensen heb ik over ratten horen praten. Begrijpen doe ik die grote-mensen-praat niet, maar iets maakt dat ik die grote-mensen-praat onheilspellend vind. 

Dat alles realiseer ik me pas vele jaren later. De kleine meid is dan al geruime tijd verdwenen.

Vriendin is op bezoek. Als zij aankomt loop ik haar tegemoet. Al pratend lopen wij de tuin en het huis in. Eerst koffie, daarna lunchen, dan gaan we boodschappen doen. Maar voordat we zover zijn gaan we ook nog naar het atelier. Als we daarna onze jas en tas willen halen zie ik vanuit een ooghoek iets wits in de bloembak onder het kamerraam. Een beest. Ik schrik. Kan met moeite een gil onderdrukken. Vriendin ziet het ook en loopt snel naar binnen. Wil niets zien. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en wil ook weten wat het is. Trillend op mijn benen schuifel ik voorzichtig dichterbij. Bewaar genoeg afstand tot de bloembak. Stel dat ‘het’ nog leeft. ‘Het’ is groot, dik, wit en heeft een donkere rug. Als ik nog een beetje dichterbij kom zie ik een lange staart. De bewegingen in mijn gezicht ongecontroleerd, in mijn maag draait het. Ben banger van de staart dan van het beest. Mijn hart bonkt, mijn ademhaling fel en onregelmatig. Toch kijk ik weer. Uiteindelijk heb ik de moed om achter het glas een foto te maken. Die stuur ik op naar Man. ‘Het is een rat. Dek maar toe. Vanavond ruim ik het beest op.’ 

  
Gelukkig was de deur dicht en heeft Sam het cadeau in de bloembak achtergelaten. Blijkbaar heeft het getrippel van de rat in het oude huis aan de Roer, de grote-mensen-praat en de angst die ik destijds heb gevoeld, zich zo vast in mijn onderbewustzijn genesteld dat ik nu, zestig jaar later, nog steeds trillend op mijn benen sta bij het zien van een rat.

Bij thuiskomst heeft Man het beest in een doos gedaan en opgeruimd. ’s Nachts lig ik wakker, schrijf dit stukje.



vrijdag 3 april 2015

(On)geloofwaardig






Ik was in de gelukkige omstandigheid dat ik het tweede ‘weggeef-boekje’ van Connie Harkema ‘(On)geloofwaardig’ (2009) mocht lezen. Wegens plaatsgebrek ruimt zij wat boeken op, maar heeft er graag een kort verslagje voor terug. 

Het boek heeft een prachtige cover. Het is een tekening van de hand van de auteur zelf. Vier korte verhalen die vertellen over verschillende soorten van ‘geloven’ zoals ‘bijgeloof’, ‘geloofwaardigheid’, ‘geloof in jezelf’ en ‘geloofsopvattingen’. De verhalen zijn geschreven in de vlotte en boeiende schrijfstijl van de auteur. Ook interessant is het laatste verhaal waarin allerlei wetenswaardigheden over de St. Janskerk in Gouda zijn verweven. 

In het boekje zijn nog eens 4 prachtige tekeningen van Connie Harkema opgenomen. Allen heel kleurrijk en relaterend aan het verhaal. Connie is naast auteur ook een groot kunstenares.

http://connieharkema.jouwweb.nl/  Boeken
http://connieharkema.exto.nl/         Kunst