Elke
ochtend maakt Man voor mij ‘ontbijt op bed’. In het weekend doe ik dat soms, met
de nadruk op ‘soms’. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het nagenoeg
altijd Man is die als eerste het bed uitgaat en in de keuken allerlei lekkers
op een dienblad zet. Wij beginnen de dag met een kop koffie, daarna eten wij
fruit. Iedere dag. Druiven, kiwi’s, bananen, meloen, peren of appels. Ook gedroogde
abrikozen en dadels. Van alles wat, naargelang in huis.
We
beginnen met de appels, die eten we altijd. Granny Smith. Voor mij de lekkerste
appel. Voor Man nu ook. Bij hem was Golden Delicious favoriet tot ik de Granny
‘binnenbracht’. Heel even heeft hij moeten wennen aan de lichtelijk zure smaak
ervan.
Vroeger
maakte mijn moeder het ontbijt. Een kom met yoghurt en de schaal met brood
stonden klaar op tafel. En voordat ik ’s ochtends op mijn fiets of bromfiets
naar mijn werk ging, smeerde mijn moeder de boterhammen om mee te nemen. Die
deed zij in een zakje. Erbij één appel. Golden Delicious.
Ik was dol op appels.
Een was niet genoeg. Als mijn moeder de keuken uitging, pakte ik stiekem nog
een appel. Aan twee appels had ik ook niet genoeg. In de middagpauze liep ik dan
ook steevast naar de groente- en fruitwinkel. Kocht daar voor een kwartje een
Granny Smith. Die mocht ik zelf uit de kist pakken. Jullie begrijpen wel dat ik
de grootste, de meest glanzende en de mooiste appel uitzocht.
Nooit
heb ik mijn moeder verteld dat ik elke dag wéér, nog een appel van de
fruitschaal pakte en die snel in mijn tas stopte. Zij heeft het nooit geweten,
of gedaan alsof, mijn moeder.
