Er
zijn dagen waarop niets schijnt te lukken. Kleine irritaties in ‘de dingen te
doen’. Een greep uit een van die dagen.
Het
begint al bij het ontwaken. Niet uitgerust. Ik heb onrustig geslapen. Vaak
wakker geweest na het dromen. Ook heb ik Man in zijn gezicht geslagen. Hij
schrok er zo van dat we allebei wakker zijn geworden.
Een
wegomlegging. Denk de navigatie niet nodig te hebben. Een mevrouw vertelt mij
hoe te rijden. ‘Keren, driemaal rechts, dat is de …….straat. Niet zo moeilijk.’
Of ik heb een ‘rechts’ gemist of ik heb een ‘rechts’ teveel genomen, ik kom in
een buurt die ik totaal niet ken. Wil ik nog bijtijds zijn dan zal ik nu toch de
navigatie moeten gebruiken.
Google
Maps openen.
Adres
intoetsen.
Wachten
tijdens het zoeken.
Aha,
zij, ik noem haar Liesje, is er.
Vertrek
in richting noord.
Noord?
Waar is noord? Ik heb een oriënteringsvermogen van niets.
Navigatie
anders instellen zodat er een duidelijk overzicht te zien is.
Oh,
dat is die kant uit.
Weer
keren.
Zes
minuten te laat op plaats van bestemming.
Als
ik na anderhalf uur mijn bril op wil zetten heb ik een veer in de hand en een
uiterst wazig zicht. Ben op slag afhankelijk. Mijn zonnebril wordt uit de auto
gehaald. Weer een heldere kijk. Ik kan naar huis.
Nadat
ik heb gegeten en gerust fiets ik naar de apotheek. Dacht dat er nog genoeg was,
maar het doosje is leeg. Tot overmaat van ramp is het medicijn niet op
voorraad. Heb moeite met ademhalen en heb het heel benauwd. Er wordt meteen
gehandeld. Een uur later heb ik mijn medicijn.
Naar
de parfumerie voor een geurtje. Niet meer in de collectie.
Ernaast
de kantoorboekhandel. Het boek dat ik wil kopen niet op voorraad.
Hoger
bedrag dan gevraagd geboden op een gebruikte Queen Ann tafel. Zo mooi, die
willen wij hebben voor op de slaapkamer. Komt er een e-mail, de tafel is al
verkocht. Haal die advertentie dan van de verkoopsite af.
Man
heeft een struik uit de oprit weggehaald. Vanaf de zijkant van het huis geen
privacy meer. We zijn geen fan van folie voor het raam, maar als tijdelijke
oplossing is het bruikbaar. Er ligt nog een rol op zolder. Man haalt de trap
uit het tuinhuis, ik een meetlint, een potlood, een liniaal, een snijmat en een
mesje uit het atelier. We meten, meten nog eens en snijden. Met de plantenspuit
maken we het raam nat en drukken het folie er tegenaan. Het glad strijken doen
we met een raamwisser. Het folie plakt niet. Nog maar eens nat maken. Dat helpt
ook niet.
‘Moet
er niet eerst een laagje vanaf?’
‘Neen,
deze is meteen bruikbaar en zo heb ik het in het andere huis ook gedaan.’
Nog
maar eens proberen. Het lukt weer niet. Op zolder ligt nog een rol.
Weer
snijden, het raam nat maken, het folie er tegenaan. Ook deze keer lukt het niet.
Ineens
hoor ik mea culpa, mea culpa. Jullie raden het al. Er moet toch een laagje vanaf gehaald worden. Dan is het snel op het raam bevestigd, maar niet
mooi. Ook niet voor ‘tijdelijk’. Nog steeds een open raam met inkijk en
minder privacy. Dan maar het rolgordijn een stukje naar beneden. Tijdelijk.