Mijn ouders hadden de
gewoonte de avond voor een verjaardag cadeautjes te geven. Eens heb ik van hen een
vulpen gehad, zwart met een zilveren dop. Vanaf het eerste moment lekte het
ding als een zeef. Meer inkt aan mijn handen en vlekken op het papier dan dat
er een mooi vel met woorden tevoorschijn kwam. Waar die pen gebleven is weet ik
niet.
Als kind was ik de hele
dag gespannen, met weinig anders bezig dan welke cadeautjes er voor mij zouden
zijn. Ongeduldig ook, de dag duurde voor mijn gevoel ontzettend lang.
Die traditie van ‘de avond
voor de verjaardag cadeautjes geven en krijgen’ heb ik altijd in stand
gehouden. Gisteravond was de avond voor mijn verjaardag.
Net als vroeger vind
ik het nog altijd spannend. De dag duurt misschien niet meer zo lang als
destijds, een leuke spanning voel ik wel. Wat zal er uit die mand tevoorschijn
komen? Ik heb een mooi stapeltje boeken, stenen potten voor de kwasten en nog
zo het een en ander gekregen.
Vandaag heeft Man een
vrije dag en gezorgd voor een uitgebreid ontbijt. Vriendin met Vriend komen
onverwacht feliciteren. Daarna gaan we op pad. Een uitstapje vind ik leuk,
samen met Man nóg leuker. Nog steeds herstellende van griep en weinig energie zijn
we toch weer snel thuis. Daar wacht de doos met tompouces. Ook een traditie van
mijn ouders, ook overgenomen.
Tot nu toe heb ik een
heerlijke dag. Terwijl ik dit stukje typ, maakt Man een verrassingsmaal. Ik voel
me verwend.