Ook al post ik geen blog
op mijn website, dan toch ben ik altijd bezig met taal. Ik lees, schrijf en
studeer. Van de cursussen die ik heb gevolgd vind ik het lesmateriaal nog steeds
interessant om door te nemen. Enkele boeken liggen altijd binnen handbereik, boeken
waar ik ook kennis uithaal. Een van die boeken is van Renate Dorrestein ‘Het
geheim van de schrijver’, maar het ‘Schrijversdagboek’ van Virginia Woolf is mijn favoriet. Het
leven van deze vrouw intrigeert mij enorm, maar vooral ben ik nieuwsgierig naar
haar manier van schrijven. Zij experimenteerde met de ‘stream of consciousness’
techniek, later namen andere auteurs dat over. In Nederland onder andere Simon
Vestdijk in ‘Meneer Vissers hellevaart’ en in BelgiĆ« Hugo Raes.
Ik lees over auteurs. Hoe
werken zij, wat doen zij precies, hoe pakken zij het schrijven aan? Hebben zij
een plan, maken zij vooraf een synopsis of losse aantekeningen? Wie gaat zitten
en begint met schrijven zonder enig plan? Dit zijn een paar onderwerpen
waarover ik lees als ik niet schrijf. Maar vandaag een dag met lezen en schrijven.
Ook wil ik iets proberen. In 120 woorden moet het
verteld zijn. Spannend. Ik ben heel benieuwd of ik op die manier kan schrijven
en het thema heb ik ook nog nooit gebruikt. Hier het resultaat.
Zijn arm om haar schouder, hoofden dicht bij elkaar.
‘Zou het aan de waterkant diep zijn?’ Hij klemde haar tegen zich aan. ‘Je doet
me pijn’. Hij liep snel door, ze moest wel meelopen. Naar de kade, daar stonden
zij stil. Onder hen de diepte, daar waar het water tegen de muur aan beukte.
Hij achter haar, hield haar stevig vast. Steeds een beetje dichterbij de rand.
‘Niet meer verder’. Hij keek om zich heen. Een duw. Zij heeft het nauwelijks beseft.
Niemand die het zag. Twee dagen later in de krant een advertentie: Vrouw
vermist: donkerblond haar, brildragend, lengte 1 meter 70. Zij droeg een zwarte
spijkerbroek, een rood jasje en rode schoenen. Om haar hals een sjaal geknoopt.