dinsdag 17 november 2015

Foto-blogbericht Texel Bergen en Egmond


Ferry naar Texel



Selfie
Onderweg


Verlaten


Kokende Man












Galerie in Oudeschild

 B&B in Oudeschild


Uitrusten onderweg
Vogelverschrikker
Vuurtoren Cocksdorp
Stormachtig in Cocksdorp
Strandpaviljoen Kaap Noord
Hotel Blooming in Bergen
Lachende pompoensoep
Herfst in Bergens bos
Stralende Man

Wij

Gelukszoeker

http://ellieschmitz.blogspot.nl/2015/11/stormachtig.html#comment-form

maandag 16 november 2015

Stormachtig





We hebben een stormachtige week achter de rug. Geen persoonlijke stormen, maar echte stormen. Het begint al onderweg in de auto naar de veerboot in Den Helder. Eenmaal op de boot, uit de auto en aan dek, moeten Man en ik elkaar vasthouden en steun zoeken bij de stoelen of aan de wand. Je zou zo overboord slaan. Terug naar de auto kunnen we alleen als we achteruit lopen. Ook dan houden we elkaar vast.

Op Texel staat ook een stevige wind. Af en toe denk ik dat er een straaljager overvliegt of dat er een auto met hoge snelheid over de weg rijdt, dat gebeurt namelijk wel eens in onze eigen straat, maar het is gewoon de wind. De weersvooruitzichten beloven storm en regen. We gaan op pad met de auto.

Verlaten, somber, deprimerend, maar ook rustgevend kan het hier zijn. Dat bedenk ik als we door weids en kaal gebied rijden met steeds dezelfde kleuren.
Grijze luchten, het is grijs van de regen, kale akkers en weilanden met schapen. Bij het zien van al die beesten vraag ik me hardop af waar Rianne en Jan wonen, deelnemers aan het laatste seizoen van Boer zoekt Vrouw. Terwijl ik het zeg zie ik twee mannen op wat lijkt een suikerbietenbelt en daar staat Jan.



Ik zie vogelverschrikkers. Sinds mijn jeugd niet meer zo’n mooie gezien als deze met wapperend been.

  
Aan zee, veilig achter glas in het strandpaviljoen, beuken de golven op het strand. Het uitzicht aan de andere kant mooi. De vuurtoren van Cocksdorp. Ernaast huisjes met rode puntdaken.


We raken aan de praat met een jonge vrouw. Zij woont en werkt op Texel. Op haar elfde willen haar ouders met het gezin vanuit Breda op het eiland gaan wonen. Zij wil niet, wil bij haar vriendjes en vriendinnetjes blijven, maar moet natuurlijk mee. Nu woont zij al 15 jaar op het eiland, wil er niet meer weg. Haar familie is jaren geleden weer teruggegaan naar Breda.

In een winkel kopen we een mooie schapenvacht. Niet van een Texels schaap, maar van een IJslands schaap…
Mooie vintage schoolschriften neem ik ook nog mee. Als ik bij de krijtverf de bijbehorende kwasten bekijk, krijg ik er van de eigenaresse een cadeau. 

  
In de boekwinkel voelen we ons niet echt welkom. Het assortiment is buitengewoon, er is ook nog een expositie, maar de twee dames die de winkel bestieren hebben er blijkbaar geen zin in. Zij keuren ons geen blik waardig. Een groet kan er niet vanaf en tot overmaat van ramp wordt vlak voor mijn neus waar ik een kunstboek van een lokale kunstenaar bekijk, de stofzuiger aangezet. Niet fijn als je in de rolstoel zit en de stank ervan meteen je neusgaten binnendringt. We gaan, hebben op slag geen zin meer om nog boeken te bekijken.

Bij het vragen naar de weg, we weten niet meer precies waar we de auto hebben geparkeerd, worden we voor Duitsers aangezien. 'Immer geradeaus…..’ 

Bij terugkomst op het park is het pikkedonker. Waar is ons huisje? We krijgen de slappe lach. Na wat bochtjes, de auto keren en weer verder, nog eens en nog eens, zien we een bekend punt. We zijn er.

Texel is pas het tweede Waddeneiland dat ik bezoek. Schiermonnikoog heb ik een paar jaar geleden bezocht. Bij een volgende korte vakantie gaan we naar een ander eiland spreken Man en ik af.

We zijn een dag eerder van Texel weggegaan. Hebben in Bergen een overnachting geboekt. ’s Avonds eten we in het restaurant van het hotel.
Vanwege de harde houten stoelen pak ik ergens twee kussens en zorg er zo onbewust voor dat een echtpaar op leeftijd een tijdje boos aan tafel zit.

 ‘Hoe is het mogelijk dat zij zo brutaal is om die kussens te pakken? Het is een schande, die vrouw heeft geen fatsoen.’
‘Dan doe jij dat toch ook. Jij zeurt toch ook over de harde stoelen.’

Haar ogen schieten vuur, haar mond beweegt snel, maar Man hoort enkel een sissend geluid. Dan:

‘Als jij zo begint ga ik naar boven. Wil ik niet eens meer eten en met jou hier aan tafel zitten.’
‘Jij kunt niet op de kamer, ik heb immers de sleutel…..’

De discussie gaat nog even door, maar dooft weer. Het is weer gezellig samen.

In Bergen hebben we het graf van Lucebert bezocht, in Egmond in ‘ons’ strandpaviljoen geluncht. Daarna zijn we naar Hoorn gegaan, op bezoek bij Anne, lieve Facebook vriendin. Een mooiere afsluiting van ‘deze-dagen-weg’ kan ik me niet voorstellen.

woensdag 4 november 2015

Herinnering - In de auto







Soms komt er zomaar vanuit het niets een herinnering naar boven. Misschien is ‘vanuit het niets’ niet helemaal waar. Het kan zijn dat er een aanleiding toe is, maar ik ben me er niet altijd van bewust. Of het rijden over de snelweg, iets harder dan de toegestane snelheid, is nu de aanleiding. Niet het moment zelf. Pas later op de dag hoor ik mijn moeder.

Jarenlang ben ik met andere man naar mijn ouders gegaan. Dan was het ‘op bezoek gaan’. We dronken koffie, aten vlaai en praatten wat met elkaar waarna wij weer naar huis gingen. Soms aten we ’s avonds mee. Mijn moeder had dan eten voor ons bewaard, of we haalden een frietje. Voor ons was dat dan de warme maaltijd, voor mijn ouders een traktatie. Ook al was de insteek anders, we genoten er met zijn vieren van.

In de jaren dat ik alleen was ging ik vaker naar mijn ouders. Dan verliep het bezoekje anders. Ik bleef wat langer en na de koffie en de vlaai hielp ik mijn moeder wel eens met het opruimen van de kasten en de lades. Of we gingen met de auto voor boodschappen in het dorp of naar de stad. Roermond, dat was vijf kilometer verder. Daar moest je zijn voor andere zaken dan hetgeen in het dorp bij de supermarkt te koop was. Bovendien was het een uitstapje als je al je leven lang in een dorp woonde.

Als we dan eindelijk na veel vijven en zessen in de auto zaten, mijn moeder naast mij, mijn vader achterin, dan begon het. Moeder was niet ontspannen, zij lette op de weg en op mij.
'Rijd je niet te hard? Niet harder dan vijftig. Je mag hier niet harder, het mag maar vijftig. Niet dat je een bekeuring krijgt. Niet zo hard.'
Ook al reed ik vijftig kilometer per uur, zij bleef erover bezig. Mijn vader bemoeide zich niet met het rijden, hij keek rond.

Haalde ik hen op om een dagje bij mij te zijn dan ging het gesprek in de auto ongeveer hetzelfde, maar dan had moeder nog een andere uitspraak: 'Wat 'liggen' er toch veel mensen op de weg. Waar gaan die toch allemaal heen?'

Stiekem moest ik lachen. Haar uitspraak, hoe vaak ik die ook al had gehoord, bleef leuk. Ik begreep haar wel. Een auto en rijbewijs hebben moeder en vader nooit gehad. Zij fietsten of gingen met de streekbus. Voor mij was druk verkeer normaal. In hun eigen straat en dorp gebeurde niet veel.

zondag 1 november 2015

Herinnering - Allerheiligen

Een blogbericht uit de oude doos, eerder gepost op 2 september 2013. 
Toepasselijk vandaag.


Allerheiligen


Die dag gingen we naar de kerk, mijn vader en ik. Het was Allerheiligen, een november, een zondagmiddag. Op die dag werden de doden herdacht. We gingen naar het ‘lof’ van drie uur. Ik keek naar hem op, mijn vader met zijn stuurse gezicht. Er werd niets gezegd, mijn vader praatte niet met mij, nooit. Ik begreep niet dat we ook naar het kerkhof zouden gaan. Er lag daar ‘een oma’ begraven, de moeder van mijn vader. Maar hoe kon dat nou? Ik had nog twee oma’s, iedereen had er twee, geen drie. Het had iets geheimzinnigs en het had ook iets heel iets beangstigends voor mij. Ik was een beetje bang voor mijn vader, dat was ik altijd. Toch vroeg ik aan hem: ‘Waarom heb ik 3 oma’s, één in Posterholt, één in St. Odiliënberg en één op het kerkhof?’ Mijn vader zei niets, negeerde mijn vraag, ik durfde niet verder te vragen. Voelde me angstiger dan voorheen. Ik was een jaar of 10.