donderdag 10 april 2014

Vriendschap




‘Vriendschap behoort meer te zijn dan de tand des tijds kan verscheuren.’

Thomas S. Elliot


Na maanden gehoord te hebben ‘we zien elkaar binnenkort, we spreken snel af’, is het eindelijk zover. Een afspraak tussen allerlei andere besognes door die zij nog dringend te doen hebben. ‘Deze keer blijven wij niet lang, een druk programma af te werken. De koffers moeten ingepakt en winkelen moet ook, op het laatste nippertje heb je immers altijd nog van alles nodig. Zoveel te doen, maar daarna eindelijk op vakantie.’ Ik ben verbaasd. ‘Op vakantie, jullie zijn net thuis?’ ‘Weet je dat niet? We gaan voor een weekje naar Italië. Een duur reisje, ook al hebben we all-inclusive geboekt. We moeten toch eens nadenken op wat voor manier we nog geld kunnen genereren, het wordt anders moeilijk financieel rond te komen’.


Ik ben verbijsterd. Gedachten buitelen over elkaar heen. Allebei een fulltime baan, een riant salaris en dan niet rond kunnen komen? Minder winkelen, niet zo vaak op vakantie, minder vaak uit eten of dure etentjes thuis organiseren. Zou dat een oplossing zijn voor het ‘geldprobleem’? Ik durf er niets over te zeggen, het zijn mijn zaken niet. Het stoort me wel merk ik en als ik eerlijk ben, al langere tijd. Ik besef dat Vrienden de laatste jaren een totaal ander leven leiden en wij geen raakvlakken meer hebben. Hoe leuk het contact tussen ons is geweest, dat is niet meer. Het lijkt erop dat we elkaar niets meer te vertellen hebben.

Praatten we eerst nog over onze bezigheden, onze wensen en verlangens, hobby’s en die dingen waar we hulp bij nodig hadden, tegenwoordig gaat het gesprek alleen nog over geld en dure luxe zaken. Dat hoor ik aan, maar ik kan er niet over meepraten. Man en ik maken geen grote reizen, wij gaan bijna nooit op vakantie. Wel houden we van fietsen, een weekend aan zee te zijn, een keer uit eten of naar de film te gaan. We vinden het heerlijk om na de drukke werkweek van Man thuis te zijn. Te lezen, muziek te luisteren en lekker eten te koken, tijd voor onszelf te hebben, Man veel, ik nog veel meer.


Nadat zij vertrokken zijn, op weg naar weer een andere afspraak, wordt het mij pas echt duidelijk dat we uit elkaar zijn gegroeid. Die gedachte sluimerde, maar wilde ik niet toelaten, spijtig als ik het vind mensen kwijt te raken en ‘het’ altijd weer een kans wil geven. Toch zal ik erover na moeten denken of deze vriendschap mij nog vreugde geeft. Mensen veranderen, zelf verander je ook, je groeit uit elkaar. Er is geen enkele zekerheid dat een vriendschap blijvend is. Soms moet je je conclusies trekken en afscheid nemen, elkaar het beste toewensen. Dat doe je niet zomaar, zeker niet als je trouw aan mensen bent. Op een dag weet ik wat me te doen staat.

woensdag 9 april 2014

Berkenschors

Er komt schot in de verbouwing van ons huis. Ik mag wel zeggen dat er een opgewonden sfeer heerst, positieve spanning. Het is er een van:
‘hard werken’
‘het eind in zicht’
‘het wordt mooi’
‘het was een grote klus’

Het is een genot er te zijn, die sfeer te voelen en het enthousiasme van de bouwers te zien. Ik word er zelf ook enthousiast van, én blij.
Ik ben er vanwege de ‘gordijnenmeneer’, hij komt de maten van de ramen opnemen. Maar eerst drink ik koffie met de Mannen. Met gulle hand wordt cake uitgedeeld, dikke plakken, die gaan erin als koek.
Ook de schilder is er, maar hij schildert niet. Ook niet bezig met schuren of plamuren, maar met het afbranden van lijmresten van de traptreden. Telkens doet hij er een paar, dan weer iets anders. Dan schuurt en plamuurt hij wel. Het afbranden van lijm stinkt nogal en het is een ‘heet’ karwei.
Alles wat er van de trap loskomt gooit hij in een emmer. Daar wordt vanzelf mijn oog naar toegetrokken. Wat is dat nou? Wat ligt er in die emmer? Het lijkt wel schors van een berkenboom.



Ik ben er zo door gefascineerd, mijn gedachten vliegen alle kanten op. Wat kan ik nou eens met dat afval doen? Dat vind ik nou leuk, iets wat eigenlijk ‘niets’ is, toch gebruiken. Voor het geval dat, neem ik een stukje mee.
Ineens weet ik het. Weer thuis pak ik een klein doekje. Bewerk dat met wat verf, vermengd met zand, en plak het stukje lijm erop. 
Als we in het huis wonen hangen we in de trapopgang enkele schilderijen en dit erbij. Een herinnering aan de verbouwing van het huis.  



maandag 7 april 2014

De porseleinkast



In de afgelopen maanden hebben wij er veel gezien. De een te klein of te groot, de ander te licht van kleur, weer een ander beschadigd en ook niet meer netjes bij te werken. Maar nu heb ik er een gevonden. Een linnenkast Amsterdamse school, gemaakt omstreeks 1920. Ik ga naar Kampen om hem op te halen. 


Bij aankomst vergaap ik me aan het pand. Oud, vier verdiepingen hoog met prachtige ornamenten aan de voorgevel. Een mooie houten voordeur met glas en traliewerk, ernaast gekleurde tegeltjes. Als ik de decoratie erin zie, wil ik op slag een mozaïek maken. Ik bel aan. Een grote forse man opent de deur. Bril op de neus, een flinke snor, een doorleefd gerimpeld gezicht, heldere ogen kijken mij aan.

Kasten, tafels, stoelen en nachtkastjes staan opgesteld, de geur van boenwas komt mij tegemoet.
‘Ik heb altijd in antiek en oude spullen gehandeld en het restaureren ook geleerd, maar op een bepaalde leeftijd ben ik gestopt met werken.’ ‘Alle spullen die ik had, meubilair en kleine antiquiteiten, heb ik doorverkocht en de winkel opgeheven.’ ‘Maar zoals u ziet mevrouw, het bloed kruipt waar het niet gaan kan.’ ‘Ik ben weer begonnen, weliswaar kleinschaliger, maar ik hoef er niet meer van te bestaan.’ ‘Meubilair, glaswerk, potten, kandelaars, het staat er allemaal weer.’

Schroevendraaier en doosjes komen tevoorschijn en mij wordt verteld hoe de kast te demonteren, waar ik zeker op moet letten en ook wordt uitgelegd hoe de kast weer in elkaar te zetten en waar ik bij dát karwei zeker op moet letten.

‘Hoe hij aan zulke mooie spullen komt’, vraag ik hem. ‘Ik koop her en der op, uit zolderopruimingen en van erven die geen raad weten met hun verkregen spullen.’ ‘Ik restaureer en verkoop het weer, er is vraag genoeg naar.’
’Naar het buitenland afreizen op zoek naar koopwaar doe ik niet meer.’ ‘Mijn vrouw ging altijd mee, maar zij is ziek geworden en het reizen is voor haar te vermoeiend’.

Samen, dat wil zeggen, de man doet het zware werk en ik houd een deur of paneel vast, hebben wij de kast gedemonteerd en in mijn auto gelegd. 


Onderweg naar huis ‘een stop’. In de picknickmand koffie, water, brood met kaas en een banaan, daar heeft Man voor gezorgd.
Nu ligt de kast in de garage, maar al gauw genoeg zal hij in ons nieuwe huis staan. Dan bouwt Man op en geef ik de aanwijzingen. Dan hebben wij ‘onze porseleinkast.'

vrijdag 4 april 2014

Mijn moeders tas






Bij het opruimen van de kasten stuit ik op de handtas van mijn moeder.
Een poosje na haar overlijden hebben Zus en ik de spullen van haar opgeruimd. Met vochtige ogen, maar ook regelmatig met de slappe lach, hebben we dit gedaan. Een kast vol kleding, die kan vast nog iemand gebruiken. Daar heeft Zus wel een bestemming voor.
‘Weet je nog?’ ‘Dit droeg zij op haar verjaardag.'
‘En deze jurk is net nieuw.’ 
‘Wat jammer, mam was er zo blij mee.’

In een la de sieraden, gouden, zilveren en mooie kralen. Samen met mijn vader hebben we alles bekeken en voor ieder ‘een zakje met naam’ gemaakt.
Voor de drie dochters, de schoondochter en de vier kleindochters. Erin een ring, een ketting of een armband. Voor de een oorbellen erbij, voor de ander het medaillon met een foto van de grootouders, voor weer een ander het horloge of een hanger voor aan de ketting. Mijn vader heeft ‘de zakjes met naam’ op zijn verjaardag uitgedeeld. Ontroerend.

Een kast in de gang.
Sjaals, handschoenen en tassen. Grote tassen, kleine tassen, handtassen en boodschappentassen. Voor alle ‘dochters’ een tas. Blij met ‘onze’ tassen, maar vooral met de inhoud. In elke tas een keurig gestreken zakdoekje en in een filterzakje een pluk watten, nodig om in de oren te stoppen als het gaat waaien. Ook een regenkapje en in sommige tassen nog een opvouwbaar nylon tasje voor het geval er plots iets moet worden aangeschaft en meegenomen naar huis.

Ik zie het nog voor me, acht tassen met min of meer dezelfde inhoud. De mijne bruin van kleur. Inmiddels zo vol dat ik moeite heb om hem dicht te maken. Herinneringen aan mijn ouders heb ik er in opgeborgen. De paspoorten,  de abonnementen waarmee zij een keer in de paar maanden een treinreis konden maken, de portemonnee van mijn moeder en de portefeuille van mijn vader. Mijn moeders toilettasje, wit met roze bloemetjes, een rode lippenstift van Sans Soucis erin en ook weer een plukje watten, haarspelden en een klein flesje eau de toilette van Gloria Vanderbilt. Ik ruik eraan. De geur is er nog steeds, ook al is het flesje ruim 14 jaar oud.

Een tas vol ‘rijkdom’ die ik zo nu en dan uit de kast haal.

dinsdag 1 april 2014

Favoriet





Kasten vol, zoveel favoriete auteurs. Ook nog zoveel waar ik nieuwsgierig naar ben en iets van wil lezen. Met de neus in de boeken, een noodzakelijk kwaad. Voor mij nodig om in de soms overheersende drukte en geluiden overeind te blijven. Het klinkt misschien zwaar, toch benadert het ‘mijn’ realiteit. 
 
Ik ben selectief, niet elk genre, niet elke auteur. Geen fantasy of horror, maar ik lees graag een autobiografie of een roman. Ook gedichtenbundels en kunstboeken staan in de kast!

Een bekentenis waarbij het schaamrood op mijn wangen, moet ik ook doen. Jarenlang heb ik geen Nederlandse auteurs gelezen. ‘Onbekend is onbemind’, zou het daarmee te maken hebben gehad? Ik kan er geen antwoord op geven, maar feit is dat ik die auteurs op de schappen liet staan. Erger nog, ik keek er niet naar om. Gelukkig is daar verandering in gekomen en enkele zijn zelfs favoriet. Inmiddels staan de kasten vol, maar het leuke is: er komen nog steeds boeken bij én auteurs waar ik voor ‘val’. Nog lang niet uitgekocht en uitgelezen.

Nieuwsgierig wie er in mijn kast staan? Een greep. Ik begin bij de ‘A’ van Achternaam:

Maya Angelou
Isabel Allende
Lisa Alther
Chinua Achebe
Majgull Axelsson

James Baldwin
Jan Brokken
Gerbrand Bakker
Diane Broeckhoven
J. Bernlef
Alessandro Baricco

Paulo Coelho
Philippe Claudel
Maryse Condé

Roald Dahl
Florinda Donner
Renate Dorrestein

Welke boeken lezen jullie graag?