vrijdag 7 maart 2014

Dit ben ik ook



Gisteren heb ik geschreven over dingen die ik leuk vind en waar ik gelukkig van word. Hopelijk heeft mijn schrijfsel iets losgemaakt en jullie aan het denken gezet. Ik lees het graag! Door die blog raakte ik geïnspireerd ook eens goed na te denken over zaken die ik niet leuk vind, die mij irriteren of waar ik een hekel aan heb. Daar schrijf ik vandaag over.

Als ik zeg dat ik arrogantie niet leuk vind, dan druk ik me zwak uit. Ik heb er een hekel aan.

Gebrek aan respect maakt me boos.


Minachting vind ik heel kwetsend. Wat geeft mensen het recht laatdunkend over of tegen iemand te doen? Wat bereikt men ermee? Mensen zijn gelijk, ook al heeft niet iedereen in het leven gelijke maatschappelijke kansen gehad.

Egoïsme is mij volkomen vreemd, wind mij erover op. Ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die dat tot levenskunst hebben verheven.

Perfectionisme heeft voor mij een zware lading. Niet leuk. Voor mij was het heel moeilijk, maar ik heb geleerd losser te zijn en mijzelf niet steeds meer de druk van ‘het moet nog beter’ op te leggen.

Laveren voor de lieve vrede of om aardig te worden gevonden, geen mening hebben of er niet voor willen uitkomen. Ik word daar kribbig van.

Ik kan me opwinden over gebrek aan fatsoen.

Onhebbelijk word ik als mij van buitenaf iets wordt opgelegd en de keuze op overleg is ontnomen. Van allebei heb ik last: dat ik onhebbelijk ben en dat me iets wordt opgelegd.

Als de koffie te slap is vind ik dat heel vies. Geef mij maar een straffe espresso.

Van de geur van gekookte melk gruw ik.

Achterin in een driedeurs auto zitten vind ik niet leuk.

Man heeft weinig vrije tijd. Liefst zou ik meer tijd met hem willen doorbrengen.

Heel moeilijk vind ik het als er teveel beslag op mij wordt gelegd. Ik heb tijd en ruimte voor mezelf nodig. Veel. Mensen die zich dit niet voor kunnen stellen omdat die gevoelens hen vreemd zijn, maken er wel eens vervelende opmerkingen over. Beslist niet leuk.

Met de rug naar een open ruimte zitten probeer ik altijd te vermijden.

En de laatste: een vervelende discussie met mijn Lief of een Dierbare vind ik ook niet leuk.

De blog van gisteren over ‘leuke dingen’ vloeide als het ware uit mijn gedachten en uit mijn vingers. De ‘minder leuke dingen’ komen moeilijker naar boven en het omschrijven ervan vind ik ook lastiger. Hoe is dat bij jullie? Reacties hierop lees ik ook graag!








donderdag 6 maart 2014

Dit ben ik


De zon in mijn gezicht. Ik zit op de fiets. Eerst in de drukte van het verkeer, maar in een mum van tijd tussen het groen van de bomen en de weilanden. De spinsels in mijn hoofd zijn al snel weg en daarvoor in de plaats komen allerlei leuke dingen naar boven. Eten met vrienden en zoals nu, op de fiets genietend van het mooie weer. In mijn hoofd vormt zich een aaneenschakeling van dingen die ik leuk vind en daar gaat mijn blog vandaag over. Niet in volgorde van ‘leuk’-‘leuker’-‘het leukst’ of andersom, maar een opsomming van bezigheden in het dagelijkse leven waarbij ik me gelukkig voel. En zo leren jullie mij ook beter kennen. 

Sam zit voor het raam in de zon, rechtop en knikkebollend, maar dat is schijn. Zodra er een vogel door de voortuin hipt of in de beuk vliegt is zij alert en maakt een of ander krakend geluid. Het lijkt in niets op miauwen. Een glimlach op mijn gezicht.


Ik lees heel graag, bij voorkeur lekker onder het dons in bed of met opgetrokken benen op de bank. Lees liefst literatuur, bij vlagen thrillers, kranten en blader graag door kunstboeken en gedichtenbundels. 

Schilderen is een favoriete bezigheid. Met een kwast, doekjes, sponsjes, mijn handen, een paletmes, proppen folie, alles gebruik ik om de verf op het doek aan te brengen. Voor mij wordt het schilderen dan nóg spannender, vooral als ik geen plan heb.

Ik ben dol op keien. Grote, kleine, alle kleuren, alle vormen en denk meteen ‘wat kan ik ermee?’ Er zijn keien die zo mooi gevormd zijn dat het voor mij kunst is. Zo’n kei leg ik in de tuin op een tafel of console, goed zichtbaar tussen het groen.



Koken doe ik graag. Alleen of met Man. Eten is het rustpunt van de dag en het moment om samen tijd te hebben. Hier geniet ik enorm van.

Schrijven heb ik mijn leven lang al gedaan. Ik vind het heerlijk met taal bezig te zijn. Ik ‘moet’ schrijven, voel mij er beter door. 

Met Man muziek luisteren of naar een concert gaan. Thuis kan ik meezingen en dansen, daar word ik vrolijk en blij van. 

In huis rommelen. Uitzoeken wat ik bewaard heb en waarmee ik het huis weer een andere uitstraling kan geven. Vroeger, vele jaren geleden in elk geval, veranderde ik dan alles. Het meubilair kreeg een nieuwe plek, de lampen, de schilderijen en de meeste accessoires. Een nieuwe ruimte werd het, tot de volgende kriebels zich weer aandienden en het spel van veranderen weer begon. Inmiddels blijft het meubilair wel staan, maar de snuisterijen verplaats ik nogal eens. 

Naar een kunstmarkt of rommelmarkt gaan. Als ik dan ook nog iets moois op de kop kan tikken is mijn dag geslaagd. 


Een museum bezoeken. Door de kunst raak ik geïnspireerd en dat maakt mij enthousiast om zelf ook weer iets te maken. 

Met Man samen op de bank. We lezen of we praten wat. Het ultieme rustmoment voor mij. 

Een serie op dvd bekijken. Daar kan ik me op verheugen. In huisbroek of pyjama nestelen we ons op de bank, een tafel met lekkers erop binnen handbereik en in een weekend een heel seizoen zien. We zijn erna helemaal uitgerust. 

Samen op de fiets boodschappen doen en onverwacht op een terras belanden.


En dan zijn er nog de weekendjes aan zee, de bezoekjes van en aan vrienden, ergens lunchen, naar de bioscoop gaan, een boek kopen, iemand blij maken met een cadeautje of bij nood een helpende hand. 

Vooruit, nog één: van Man word ik ook heel gelukkig.


dinsdag 4 maart 2014

Dit was 'De dag'



De afgelopen dagen zijn omgevlogen. Om mij heen bedrijvigheid. Het voelt alsof ik niet veel gedaan heb. Maar toch. Ik heb afspraken geregeld, met mensen overlegd en beslissingen genomen. Weliswaar heb ik geen fysieke arbeid verricht, op de achtergrond was ik wel aanwezig.
En ineens is daar de ‘sleutel-in-handen-dag’. Na het ontbijt gaan we op weg naar de notaris, ieder in de eigen auto. Aan het eind van de straat wacht ik Man op. Het duurt lang. ‘Waar blijft hij nou, we komen nog te laat’.
Eindelijk, daar is hij. Lopend, zijn auto start niet. En dat gebeurt juist op deze belangrijke dag, maar toch zijn we ruim op tijd voor het grote moment aanbreekt van ‘akte voorlezen en ondertekenen’. Sleutels gaan over tafel. Voor Man sleutels van de achterdeur, voor mij die van de voordeur en dan nog een paar reservesleutels aan een ring waaraan ook nog een ‘gelukspoppetje’. De sleutels waar we zo naar hebben uitgekeken. 

 
Emoties bij beide partijen. Bij ons van opwinding dat het eindelijk zover is, bij de verkopers vanwege het gevoel van ‘voorgoed’ nu het moment daar is dat zij het huis overdragen aan een ander. Zij hebben er meer dan de helft van hun leven gewoond.
Man en ik gaan voor het eerst alleen naar het huis dat nu van ons is. We kijken elkaar aan, vol ongeloof dat het eindelijk zover is. In huis lopen we rond. En als de zon doorbreekt en binnen schijnt, wij samen koffie drinken, lijkt het dat we thuis zijn. ‘Op deze plek zullen wij veel tijd doorbrengen’ zeggen we tegen elkaar, ‘hier zetten we de eettafel neer’. 


Niet veel later breng ik Man naar zijn werk, ik ga naar huis. Thuis loop ik door de kamers, doelloos, een beetje vreemd komt alles me voor. Nu al wil ik liever naar dat andere huis. ’s Middags ga ik er weer heen, een grote container wordt gebracht. Nodig als volgende dag de Mannen met hamers, beitels en koevoet komen. Hout en puin zullen in die grote bak verdwijnen.



Aan het einde van de middag is Man er weer. Vriendin die ons met raad en daad bijstaat is er ook. We hebben haar en haar man uitgenodigd. We voelen ons al helemaal thuis, ook al is het huis leeg en zijn hier en daar dingen aan vervanging toe. Het deert ons niet, hier willen we wonen.

woensdag 26 februari 2014

'De heerlijkheid van het leven' van Michael Kumpfmüller




‘Het is zeer goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven om iedereen en altijd in haar gehele volheid klaarligt, maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg. Doch zij ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof. Als men haar met het juiste woord, met de juiste naam aanroept, komt zij. Dat is het wezen van de magie, die niet schept, maar roept.’

Aan deze dagboekaantekening van Franz Kafka heeft Michael Kumpfmüller de titel van het boek ontleend. Een zeer passende titel daar Kafka in zijn laatste levensjaar de heerlijkheid van echte liefde heeft leren kennen.
In dit boek wordt de liefdesgeschiedenis van Franz Kafka en Dora Diamant beschreven, beginnend met hun ontmoeting in juli 1923 in de badplaats Müritz aan de Baltische Zee en eindigend in juni 1924. Dan overlijdt Kafka in sanatorium Kierling bij Wenen aan de gevolgen van tuberculose. Op basis van Kafka’s dagboekaantekeningen en losse aantekeningen van zowel hemzelf als Dora heeft de auteur dit boek geschreven. Ook heeft hij Kafkakenners geraadpleegd. 
Op een ingetogen wijze, zuiver en met de juiste woorden, beschrijft de auteur het leven van deze twee mensen in het laatste levensjaar van Franz Kafka.
Hij schrijft over hun intense liefde, hun intimiteit, de wandelingen die zij maken, de gesprekken die zij voeren, over de ziekte, over wanhoop en twijfel, over de laatste dagen en uren tot Kafka sterft in de armen van Dora.
Een prachtige roman waarvan de inhoud zeker niet alleen uit kommer en kwel bestaat, maar waarin ook de mooie momenten zijn beschreven die Franz Kafka en Dora Diamant met elkaar hebben beleefd in krap één jaar. Een parel om te lezen.

dinsdag 25 februari 2014

Invasie



Was er een paar weken geleden ‘de zoete inval’ van Mannen in ons toekomstige nieuwe huis, gisteravond was er een nieuwe invasie van weer andere Mannen. Nu om alles tot in detail te bespreken, nog het een en ander op te meten en een planning te maken.
Met koffie en koek in de tas gaan Man en ik richting ‘het huis'. Klokslag zeven uur druppelen de werkers binnen, vijf in totaal. De loodgieter, de elektricien, de timmerman, de stukadoor en het ‘opperhoofd’ van al deze werkers, de aannemer die zelf ook een aantal werkzaamheden voor zijn rekening neemt. Maar vooral ook coördineert en toezicht houdt zodat wij ons daarover niet druk hoeven maken en op de afgesproken dag kunnen verhuizen. Maar voordat het zover is, moet er nog veel worden gedaan. Man en ik hebben er alle vertrouwen in. Op weg naar huis voelen we blijdschap, alles is geregeld. Over een paar dagen kan het werk beginnen.
 


Voor Man en mij nu de tijd andere leuke dingen te doen. Wat te denken van de zoektocht naar een vintage servieskast? Ook twee buikkastjes staan op onze verlanglijst, een voor op de slaapkamer, een voor beneden in de hal. Ik zie uit naar deze jacht op spullen die van het nieuwe huis een warm thuis zullen maken.